De man die zei ‘Ik ben het’

Als het leven ons op de proef stelt, worden we voor de wezenlijke keuze gesteld: Raken we verbitterd door de werkelijkheid of staan we toe dat de pijn van het leven ons leidt naar een diepere waarheid en ons helpt een verband te leggen met een werkelijkheid die tijd, ruimte en zelfs ons individuele zelf te boven gaat?

Alles vergaat behalve Zijn gelaat.
Probeer niet te bestaan tenzij je dit gelaat hebt.

Als we het juiste perspectief terugvinden, kunnen we ons verzet opgeven en worden we eraan herinnerd dat de liefde centraal staat. Je thuis voelen in de wereld van eenheid wil Waar twee oceanenzeggen dat je je niet meer laat afleiden door angst, dat je de band versterkt met de ongeziene, verborgen werkelijkheid en er zeker van bent dat je in een zinvol en liefhebbend universum leeft. Sjams van Tabrīz, de vriend en leraar van Roemi, zegt in zijn Maqālāt: ‘Hij werd de Verborgene. Want volgens de filosofen is het innerlijk van de mens de microkosmos en deze wereld de macrokosmos. Volgens de profeten is dít juist de microkosmos en is de mens de macrokosmos. Deze wereld is dus een weerspiegeling van de wereld van de mens.’ Het meest belangrijke is daarom dat we bewustzijn brengen in al onze relaties en activiteiten, en vaardigheden aanleren die een bijdrage kunnen leveren aan het opbouwen en herstellen van een gemeenschap — een plek waar we kunnen leren en groeien in liefde.

 Er klopte eens een man aan bij zijn vriend.
‘Wie is daar?’ vroeg de vriend.
‘Ik’, antwoordde de man.
‘Ga weg’, zei de vriend. ‘Het komt me nu niet gelegen.
Er is aan mijn tafel geen plaats voor twee.’

RoemivandagtotdagAlleen het vuur van ballingschap en afzondering kan
wat rauw is koken. Alleen eenzaamheid kan iemand bevrijden van huichelarij.

Die arme man vertrok en zwierf een jaar lang rond in
het buitenland, verteerd als door een vuur omdat hij van zijn vriend gescheiden was. Zo sudderde hij langzaam door totdat hij gaar was. Toen keerde hij, terwijl hij niet meer was die hij geweest was, terug en hing weer om het huis van zijn vriend heen. Terwijl hij duizend angsten uitstond, klopte hij zachtjes op de deur, bang dat hij weer iets verkeerds zou zeggen.

Zijn vriend riep: ‘Wie is daar?’
Hij antwoordde: ‘Alleen jij!’
‘Welnu’, riep de vriend, ‘kom als jij ik bent, maar binnen.
Voor twee ikken is hier geen plaats.’

1 Comment

Leave a Reply