Mindfulness in de herberg

Een paar jaar geleden werd ik door een psychotherapeut benaderd over het gedicht ‘The Guesthouse’. Dit gedicht wilde hij in de vertaling van Coleman Barks voorlezen en uitreiken in een terugvalpreventiecursus voor mensen die meerdere keren depressief waren geweest. Hij wilde de verschillende versies vergelijken en was benieuwd naar wat Roemi oorspronkelijk met zijn gedicht bedoeld had. Die vraag verbaasde mij niet, want ik ben dit gedicht in meer zelfhulpboeken tegengekomen. Hij ging bij zijn werk uit van Mindfulness based cognitive therapy (MBct), een toentertijd betrekkelijk nieuwe methode. Een belangrijk deel van die training bestaat uit inzichtmeditatie, waarbij je je eigen gevoelens en gedachten nauwkeurig gadeslaat vanuit een accepterende houding. Deze aanpak is bedacht door drie gerenommeerde Engelse depressieonderzoekers, Segal, Williams en Teasdale.

 In hun trainingsprotocol staat het gedicht van Roemi. Bepaalde ideeën zijn nu eenmaal beter over te dragen door verhalen,

Paperback, 360 pagina’s ISBN 9789062710744

Dichterlijk dansen met God

metaforen en gedichten. Meer nog dan de gemiddelde mens, moet wie vatbaar is voor depressie de houding aanleren die in het gedicht in kwestie wordt beschreven.

Dit lichaam, mijn kind, is als een herberg,

een huis van komen en gaan –

elke ochtend een nieuwe gast.

Zeg niet: ‘Deze gast is mij tot last’,

anders vliegt hij meteen terug naar het niet-bestaan.

Alles wat uit de onzichtbare wereld

in je hart opwelt is jouw gast.

Geef hem een gastvrij onthaal.

Zo komt er elke dag en elk moment

een andere gedachte
 als een dierbare gast in je hart.

Op een dag klopte een gast heel laat bij iemand aan. Deze drukte hem meteen aan zijn hart, noodde hem aan tafel en betoonde hem op alle mogelijke manieren gastvrijheid. Nu was er die nacht in de buurt een besnijdenisfeest. ‘Lieverd’, fluisterde de man zijn vrouw in het oor, ‘maak vanavond twee bedden op. Leg ons bed aan de ene kant van het vertrek bij de deur en dat van onze gast aan de andere kant.’ ‘Dat doe ik met alle liefde, licht van mijn ogen, ik kom graag aan je wens tegemoet’, antwoordde de vrouw. Zo gezegd, zo gedaan. Ze maakte twee bedden op en ging naar het feest. Daar bleef ze een hele tijd terwijl de hooggeëerde gast en haar man zich in het huis te goed deden aan noten en wijn. Die twee uitmuntende kerels voerden tot middernacht lange gesprekken over de goede en slechte dingen die ze hadden meegemaakt.

Waar legt de gast zich te slapen?
Toen de gast slaperig en moe was van het praten, begaf hij zich naar het bed aan de andere kant van het vertrek. De echtgenoot was te verlegen om te zeggen: ‘Goede vriend, jouw bed is aan die kant. Vaderlief, we hebben daar een bed voor je opgemaakt!’ Zo kwam er verandering in wat hij met zijn vrouw had afgesproken: de gast had zich te slapen gelegd aan de andere kant van de kamer. Die nacht regende het pijpenstelen, men stond versteld van het dikke wolkendek.

Oeps, in het verkeerde bed..
De vrouw kwam thuis en in de veronderstelling dat haar man bij de deur lag te slapen en de gast aan de andere kant, glipte ze naakt onder de dekens en begon de gast liefkozend te kussen. ‘Lieve schat, hier was ik al bang voor’, zei ze zachtjes, ‘het is precies zo gegaan als ik al dacht. Onze gast zit vast door de modder en de regen. Hij blijft aan ons plakken als groene zeep. Hoe komen we van hem af met die regen en die modder? Die gast wordt ons tot last.’ ‘Houd je mond, vrouw’, riep de gast, terwijl hij opsprong. ‘Ik heb laarzen en de modder deert mij niet. ik ga al. Het ga jullie goed! Moge jullie geest in zijn reis op aarde geen moment van vreugde meer kennen en zo snel mogelijk terugkeren naar zijn bron! Vreugde is voor de reiziger immers toch alleen maar oponthoud.’ Toen de edele gast opstond om te vertrekken, kreeg de vrouw spijt van haar kille woorden. ‘Alstublieft, hoogheid’, riep ze vele malen uit, ‘neem geen aanstoot aan mijn goedbedoelde grapjes.’ Maar al haar nederige pogingen haalden niets uit, de gast vertrok en liet hen vol spijt achter.

Mijn ziel, zie elke gedachte als een mens,

want ieder mens ontleent zijn waardigheid

aan gedachte en geest.

Een verdrietige gedachte mag dan de weg

naar vreugde blokkeren,

hij maakt toch de weg voor vreugde vrij.

Hij veegt met geweld al het andere het huis uit

opdat een nieuwe vreugde kan binnenkomen

vanuit de bron van goedheid.

Hij laat de vergeelde bladeren

van de tak van het hart dwarrelen

zodat er voortdurend groene bladeren kunnen ontspruiten.

Hij graaft de oude vreugde met wortel en al uit

om nieuwe verrukkingen te kunnen proeven

vanuit het onbekende.

Verdriet trekt de knoestige, verrotte wortels uit,

waardoor ze duidelijk zichtbaar worden.

Ook al doet verdriet bepaalde dingen

uit je hart verwaaien 
en neemt het je daarmee iets af,

het geeft er in wezen iets beters voor terug.

Dit geldt met name voor wie in zijn hart zeker weet

dat verdriet een dienaar is voor mensen

die hier zeker van zijn.

Zonder het zure gezicht van wolk en weerlicht

zou de druivenrank verschroeien door het glimlachen van de zon.

Voor– en tegenspoed zijn in je hart te gast.

Zij gaan als een ster van huis tot huis.

Neem hem als hij zijn intrek bij je neemt

zoals het komt en voeg je naar hem als zijn ascendant

tot hij opgaat in de maan
 en zich bij de sultan van het hart

dankbaar over jou uitlaat.

Komt er weer een gedachte in je hart op,

treed deze dan vriendelijk lachend tegemoet
 met de woorden:

‘Mijn schepper, behoed mij voor het kwade

en laat mij deel hebben aan het goede

dat deze gedachte brengt!’

Mijn Heer, laat me dankbaar zijn voor wat ik krijg

en laat me geen spijt hebben als het weer verdwijnt.

En ook al reikt hij je geen parel aan of is hij niet rijk,

stel je dan toch niet minder hoffelijk op.

– Masnawi v, 3644-3688

Een voor- en achterkamer
Hoe belangrijk het is om inzicht te hebben in wat je voelt en denkt, legt Roemi verder uit in een van zijn betogen. ‘Verbeeldingskracht (wahm), gedachte (fikr) en ideeën (andishe-ha) zijn als de voorkamer van dit huis. Als je ziet dat er iets optreedt in de voorkamer kun je er zeker van zijn dat het ook zal optreden in het huis. Alle dingen die zich voordeden in deze wereld — al het goede of kwade – deden zich eerst in de voorkamer en daarna hier voor.’ [Fihi ma fihi (Erin is wat erin is)  F. 140/ 145]

Boeddhistische psychologie
Schrijver en modern boeddhistisch leraar Jack Kornfield zegt in ‘A Path with Heart’, een boek waarin Roemi veelvuldig wordt geciteerd: ‘Als een fysieke, emotionele of mentale ervaring zich in je bewustzijn blijft herhalen, is dat een teken dat deze ‘bezoeker’ aandringt op een diepere, meer bewuste aandacht. Hoewel voor de meditatiebeoefening over het algemeen geldt dat we ontvankelijk zijn voor de stroom van alles wat zich aandient, vraagt de confrontatie met hardnekkige bezoekers meer aandacht om het probleem beter te doorgronden. Dit proces bestaat uit onderzoeken, aanvaarden, begrijpen en vergiffenis schenken.

Fysiek, emotioneel en mentaal
Een zich herhalende moeilijkheid wordt vooral in een van de fundamentele domeinen van bewustzijn waargenomen: het fysieke domein, het emotionele domein, het mentale domein (gedachten, denkbeelden, beelden) of het domein van onze fundamentele houdingen (verkramping, angst, afkeer enz.).

Een stap naar echte vrijheid
Verruiming van het aandachtsveld vereist dat we ons bewust worden van een andere dimensie van de hardnekkige bezoeker, in plaats van alleen het op de voorgrond tredende gezicht te zien. Dit komt omdat we onveranderlijk zijn vastgelopen op een ander niveau dan het voor de handliggende niveau waarop we de bezoeker hebben opgemerkt en een naam hebben gegeven. Op deze manier maken we onszelf beter vertrouwd met de zich herhalende patronen van angst, verdriet, ongeduld of eenzaamheid en kunnen we op een meer vriendelijke, ruimhartige manier naar hun verhalen luisteren. `Hé, leuk je weer eens te zien! Wat heb je me vandaag te vertellen?’

Zich herhalende gedachten en verhalen worden vrijwel altijd gevoed door een niet-onderkende emotie of een erachter schuilgaand gevoel.

Als er aangename gevoelens opkomen klampen we ons er werktuiglijk aan vast: als er onaangename gevoelens in ons opkomen, proberen we ze te negeren. [….]

Ook ontdekken we welke emoties veronderstellingen genereren […]

We kunnen dan voelen welke emotie de kern van een ervaring vormt en ons er volledig voor openstellen. Dit is een grote stap in de richting van waarachtige vrijheid.’

Klik hier om mij te contacteren voor begeleiding bij programma’s en trajecten om meer present en in aandacht  aanwezig te zijn.

Be first to comment