Vleugels van verlangen

Als kind was ik al een fan van Columbo (Peter Falk). Het was een grote verrassing hem jaren later terug te zien in het bijzondere filosofische verhaal Himmel Uber Berlin van cineast Wim Wenders. De film is in het Engels vertaald als Wings of Desire. Het verhaal doet denken aan de Proloog in de Hemel uit Goethe’s tragedie Faust. De mooie gedichten in de film, roepen herinneringen op aan het Duitsland van de grote dichters en denkers.

Het verhaal wordt omlijst door een gedicht dat aan het begin, in het midden en aan het eind van de film door de verteller wordt gelezen. Het begint met de volgende existentiële vragen:

Waarom ben ik wie ik ben, en niet wie jij bent?

Waarom ben ik hier, en niet daar?

 Waar begint de tijd, en waar eindigt de ruimte?

 Is het leven dat we hier onder de zon ervaren,
alleen maar een droom?

Is alles wat je hier ziet, alleen de weerkaatsing van een wereld,
die uitgaat boven deze wereld?

Bestaat het kwaad werkelijk, en zijn er echt slechte mensen?

Hoe kan diegene die ik niet ben, bestaan voordat ik er was?
En hoe kan diegene dan niet-ik worden?

Toen het kind een kind was, wist het niet dat het een kind was.
Alles was bezield en alle zielen waren één.
Het had geen opvattingen of gewoonten,
en maakte geen verschil tussen binnen en buiten….(ging niet mooi poseren voor de foto)

Vergelijk het Thomasevangelie, vers 4: ‘Jezus heeft gezegd: Een oudere zal niet aarzelen een heel klein kind van zeven dagen te ondervragen naar de plaats van het leven en hij zal leven [….]’.

Kort gezegd gaat de film, zoals aangekondigd, over de engel Damiel, gespeeld door Bruno Ganz, die samen met andere engelen boven Berlijn zweeft om eenzame en verdrietige inwoners te helpen. Maar na eeuwen als engel te hebben geleefd, wil hij wel eens als mens van vlees en bloed leven, om te zien wat hij als engel mist en om van de geneugten van de mens te proeven. Als hij een circusacrobate ontmoet, weet hij zeker dat hij liever tot de op-aarde-levenden wil behoren.

De engel kan niet anders dan God loven en prijzen, maar voor de mens is het een vrije keuze zich tot God te richten, zich door schade en schande los te maken van begeerte en het schone en het goede te doen. Dit thema, dat de engel ernaar verlangt deel te hebben aan de kleurrijke wereld van het mens-zijn, wordt heel mooi uitgewerkt in de films van Wim Wenders Himmel über Berlin en het vervolg In weiter ferne, so nah, Engelse Titel Far Away So Close.

Uitgaande van het conventionele geloof zou je kunnen denken dat de engelenstaat hoog verheven is boven onze menselijkheid. In de soefi mystiek van Roemi wordt dit beeld bijgesteld door de volgende toelichting op een antropologische verhandeling in de Koran:

Iemand zei: ‘Er is in deze wereld één ding dat je nooit mag vergeten. Als je alles vergeet behalve dat ene, is er niets om je zorgen over te maken. Maar als je denkt aan alles behalve dat ene, heb je niets bereikt. Het is alsof een koning je naar een land stuurt met een bepaalde opdracht. Je gaat en voert duizend en één andere opdrachten uit, maar als je die ene opdracht waarvoor je daarheen werd gezonden verzaakt, heb je eigenlijk niets gedaan. De mens is met een bepaalde opdracht op deze aarde gekomen en dat is zijn bestemming. Als hij daar niet aan voldoet, heeft hij eigenlijk niets gedaan.’ Waarlijk, Wij boden de machtiging [de vrije wil en het vermogen tot zelfkennis en liefhebben] aan de hemelen, de aarde en de bergen aan, maar zij weigerden haar te dragen, want ze waren er bang voor. Maar de mens nam haar op zich, en toch is de mensheid altijd geneigd geweest tot kwade wil en dwaasheid. [Koran, 33:72] (uit: Fihi ma fihi # 4)

Paperback, 360 pagina’s ISBN 9789062710744

Dichterlijk dansen met God

Je zou kunnen zeggen dat de film vanuit de wereld van eenheid van het kind, de boog van afdaling of het pad van terugkeer volgt, naar de wereld van de materie en de natuur.  We zien in de film mensen in de verscheurde stad Berlijn, die gebukt gaan onder gevoelens van vervreemding, vertwijfeling en onbekend verlangen, zoals de verteller Homer, op zoek naar de verdwenen Potsdammer Platz. Hun innerlijke dialoog en verhaal (de geschiedenis) wordt verstaan door de alwetende engelen die eeuwig geest zijn, alles gadeslaan en noteren, maar nergens werkelijk aan deel aan hebben en ook niet kunnen ingrijpen. In de Koran (Qaf, 50:17) worden ook twee engelen genoemd die dagelijks voor iedereen twee boeken bijhouden: een voor het krieken van de dag en een voor bij de zonson­dergang. Van ieder van ons worden dus volgens het maanjaar jaarlijks zo’n 720 boeken bijgehouden, waarin onze goede en slechte daden staan opgetekend. Deze boeken worden door God bewaard vanaf onze pubertijd tot de dag dat we sterven.

Het leven van de mens speelt zich af als een reeks momenten in het nu, waarin hij telkens improviserend verschillende rollen op zich neemt. Zwevend tussen hemel en aarde zegt Peter Falk in zichzelf: ‘Niet te geloven hoe weinig ik over deze rol weet. Misschien leer ik nog iets tijdens het filmen.’ Zo bevindt ook de circus acrobate op wie Damiel verliefd wordt zich tussen hemel en aarde. Dit symboliseert de moed, de hoop en het vertrouwen waarmee de engelen ons door hun aanwezigheid vervullen.

Volgens Roemi bestaan er drie soorten wezens:

De eerste zijn de engelen die louter intellect zijn. Het ligt in hun aard gehoorzaam, devo­tioneel en God voortdurend indachtig te zijn. Dat is hun levensonderhoud. Daar voeden ze zich mee en daar leven ze van zoals het water voor een vis zijn leven, zijn bed en zijn kussen is. Engelen hoeven niet te doen wat ze doen. Gehoorzaamheid wordt de engelen niet voorgeschreven, zij zijn zuiver en vrij van lust. Wat voor baat hebben ze erbij dat ze geen lustgevoelens kennen, geen last hebben van wispel­turigheid en zich niet laten leiden door de begeerten van het ego? Ze zijn zo zuiver, dat ze daar niet tegen hoeven te vechten. Hun gehoorzaamheid wordt niet als zodanig aange­merkt, het ligt gewoon in hun aard. Ze kunnen gewoon niet anders.

De tweede zijn de dieren. Ze zijn een en al lust en hebben geen intellect dat hen weerhoudt. Voor hen gelden geen reli­gieuze voorschriften.

En dan is er nog de arme mens die is opgebouwd uit intellect en lustgevoelens. Hij is half engel en half dier, half slang en half vis. De vis in hem trekt hem naar het water en de slang in hem naar het dorre en droge land toe. Ze zijn verwikkeld in een voortdurende strijd en een voortdurend gevecht. Degene bij wie het universele intellect zegeviert over de lust staat hoger dan de engelen en degene bij wie de lust het wint van het intellect staat lager dan de dieren.

De engel kwam tot verlossing door kennis, het dier door onwetendheid, en daar tussenin worstelen de kinderen der mensheid. (Fihi ma fihi # 12)

 

 

 

Be first to comment