De betekenis van dronkenschap in de gedichten van Roemi

Paperback, 360 pagina’s ISBN 9789062710744

Dichterlijk dansen met God

De soberheid
die
dronkenschap
omvat

Liefde is een wijn die de minnaar zo dronken maakt en waardoor hij zo in vervoering raakt, dat hij zich nergens meer van bewust is, behalve van de Geliefde.De dronkenschap waar Roemi over spreekt, heeft dus niets te maken met het daadwerkelijk nuttigen van alcoholische dranken. Het komt nog het meest overeen met extase, afkomstig van de Griekse woorden ex – ‘uit’, ‘naar buiten’ en histamai – ‘ik ga staan’. Je begeeft je buiten de grenzen van het conventionele en wordt boven jezelf uitgetild. We zouden kunnen zeggen dat extase of spirituele vervoering in wezen een vorm van weten is waardoor de mysticus ‘de dingen ziet zoals ze werkelijk zijn’.  Net zoals er bewustzijnsbeïnvloedende middelen zijn die ons bewustzijn verruimen of vernauwen, zijn er ook geestelijke staten van verruiming (bast) en vernauwing (qabz).

Zoals iedereen weet, beïnvloedt dronkenschap het bewustzijn en de waarneming. Om deze reden mogen we geen machines bedienen en voertuigen besturen als we onder invloed zijn. Naast deze verschijnselen, die betrekking hebben op het reactievermogen en de helderheid van geest, gebeurt er ook iets met de stemming en het gedrag van mensen als ze teveel op hebben. Als je wel eens op een feestje bent geweest waar alcohol geschonken wordt, dan weet je wat een paar borreltjes kunnen doen met iemand die in het gezelschap van anderen gewoonlijk nogal terughoudend is. Het gebruik van middelen die het bewustzijn veranderen is echt geen hedendaags verschijnsel. Zo maakte het gebruik van psychotrope stoffen bij natuurvolkeren vaak deel uit van de initiatierituelen, die de overgang van adolescentie naar volwassenheid inluidden. De bedoeling was dat je door deze rituelen je eigen angsten onder ogen zag en de communicatie met de geesteswereld herstelde. Hoe effectief deze middelen ook mogen zijn om een bewustzijnsverandering te forceren, een ferme waarschuwing is toch wel op zijn plaats. De volgende passage uit de Maqâlât van Sjams van Tabrîz zal, voor wie bekend is met de negatieve effecten en de risico’s bij regelmatig gebruik, een schok van herkenning geven. ‘Sommigen van onze vrienden zijn verslingerd geraakt aan het gebruik van cannabisproducten. Dat leidt tot duivelse fantasieën. Er is in onze verbeelding niet eens plaats voor engelen, laat staan voor de duivel! Wij houden ons niet eens bezig met de engelen, dus wat zouden we moeten met de duivel? Waarom nemen ze geen kennis van ons heldere, oneindige heelal? De duivel haalt zulke streken met de mens uit, dat hij niets meer begrijpt en gevoelloos wordt.’ ‘Ons heldere oneindige universum’ is een indirecte verwijzing naar het vers:

Mettertijd zullen Wij hun Onze tekenen volledig laten begrijpen tot de verste verten en in henzelf, zodat hun duidelijk wordt dat dit de waarheid is. Is het niet genoeg dat Hij die jullie onderhoudt overal getuige van is? [Koran 41:53]

Gods tekenen begrijpen wil zeggen: Zijn hand in je leven werkzaam zien. Vandaar dat Sjams stelt dat we deze zogenaamde geestverruimende middelen helemaal niet nodig hebben om een gevoel van eenheid met het universum te ervaren en onze plaats daarin te ontdekken.  Als we beseffen en vertrouwen dat we in een oneindig liefdevol en betekenisvol universum leven, hoeven we niet langer alles meteen te begrijpen. Door het onpeilbare van het mysterie wordt het universum weer heilig en kan het ons opnieuw voor verrassingen stellen. We mogen het begrip ‘dronkenschap’ dus niet verwarren met losbandigheid of een zucht naar genot, sensatie of bedwelming.

Het groen waar alle bloemen toevlucht zoeken,
waar geen herfst is en waar de roos niet verwelkt,
een uitbundige, sierlijke boom middenin de woestijn –
slaapt iemand in zijn schaduw, hij wordt dronken wakker –
de hemel van de hoogste hemelsfeer
waar alle zielen naar verlangen,
een plek waar Saturnus niet strijdt met Venus,
een kostbare parel uit de mijn van het niet-bestaan  ,
daarnaar verwijst het hart als de twee ogen tranen plengen.

Het wijnhuis van de afbraak
Een van de manieren waarop Roemi in zijn odes (ghazaliyyat) de goddelijke liefde tot uiting brengt is door middel van het beeld van de wijn. Liefde is een wijn die de minnaar zo dronken maakt en waardoor hij zo in vervoering raakt, dat hij zich nergens meer van bewust is, behalve van de Geliefde. Hoewel veel van Roemi’s gedichten gaan over de dronkenschap in God, is het misleidend om te zeggen dat ‘dronkenschap’ het meest centraal staat in de religie en spiritualiteit van Roemi en Sjams. We mogen nooit vergeten dat het bij een echte gerijpte spiritualiteit vooral gaat om edelmoedigheid, rechtvaardigheid en liefdevolle dienstbaarheid. De sleutel tot de dronkenschap waar Roemi en andere soefi’s op wijzen ligt in het begrijpen van het opvoedings- en transformeringsproces dat het soefisme beoogt. ‘Het wijnhuis van de afbraak’ (charâbât) is de soefi-dergâh waar die opvoeding plaatsvindt. De schenker van wijn (saqi) verwijst naar de sjeich, de spirituele leraar op het soefi-pad. De ‘wijn’ heeft een speciale functie in het langzaam afbreken van het onechte zelf. Het woord charâbât betekent namelijk ‘ruïne’ of ‘bouwval’. Dronkaards kwamen om zich te bezatten vaak bijeen in bouwvallen omdat het drinken van wijn binnen de islam niet is toegestaan. Chârâb gaat dan ook ‘te gronde gericht door wijn’ of ‘verloederd’ betekenen. In Roemi’s kwatrijnen staat dit voor de mysticus en de mystieke toestanden van vervoering door de eenheid met God of voor de toestand van afgescheidenheid, het ‘droog staan’, ná de spirituele dronkenschap.

Vanuit het niet-bestaan kwam ons paard met de liefde mee.
De wijn van eenheid verlicht onze eeuwige nacht.
Door deze wijn, die is toegestaan in ons geloof,
is onze mond niet droog
op de ochtend van het niet-bestaan.

Liefde is de wegWe kunnen de manier waarop moslims tegen extase aankijken niet goed bespreken zonder te verwijzen naar de term fanâ, het uitwissen van het ego. Fanâ verwijst naar verschillende stadia en heeft allerlei aspecten en betekenissen, die als volgt kunnen worden samengevat: 1. De morele transformatie van de ziel doordat al haar begeerten en verlangens uitdoven; 2. De geest kan zich leegmaken en ontdoen van alle indrukken, gedachten, handelingen en gevoelens door de aandacht te richten op het gedenken van God. (God gedenken wil zeggen de goddelijke eigenschappen bespiegelen en weerspiegelen); 3. Het stoppen van al het bewuste denken. Het hoogste stadium van fanâ wordt bereikt als zelfs het bewustzijn dat je tot fanâ bent gekomen verdwijnt. Dit wordt door de soefi’s het uitwissen van het uitwissen (fanâ al fanâ) genoemd. De mysticus gaat nu helemaal op in het schouwen van de goddelijke essentie.

Het antwoord van de mens
In het soefisme worden de spirituele halteplaatsen (maqâmat) en mystieke gemoedstoestanden (hal) beschreven die bepalend zijn voor de manier waarop we in het leven staan. Een moment van geestelijke vervoering kan mensen een voorproefje geven van de volgende halteplaats waarlangs de reiziger op het soefipad tot een verdere ontplooiing en integratie komt. Een mystieke gemoedstoestand is, ook al kan die een tijdje duren, niet blijvend maar onderhevig aan verandering (talwin).
JuwelenSjams en Roemi noemen deze toestand van wispelturigheid of onvoorspelbaarheid ‘van kleur veranderen’. Daarentegen verwijst de halteplaats (maqâm) naar de volmaakte soefi of heilige die rust heeft gevonden in zijn hart doordat hij Gods nabijheid voelt, waardoor hij weet waar hij staat (tamkin). Hij heeft het vermogen om lief te hebben, hij kan de werkelijkheid van anderen omarmen en weet zich te beheersen. Dit kun je bereiken door vallen en opstaan en lijden. In de ogen van soefi’s is dit de betekenis van meesterschap.
De spirituele staten ‘vervoering’ (masti) en ‘soberheid’ (hosyari) zijn in het soefisme een belangrijk en ingewikkeld onderwerp. Er waren binnen het soefisme dan ook twee verschillende scholen, die berustten op wat de grondleggers op spiritueel gebied hadden bereikt. De school van de vervoering wordt vertegenwoordigd door de soefimeester al-Bastâmi (gest. ca. 876) en die van de soberheid door al-Djoenaïd (gest. 910). Sommigen vonden dat vervoering hoger stond, volgens anderen kwam soberheid op de eerste plaats.
Dronkenschap wordt geassocieerd met verruiming, hoop en innige verbondenheid met God. Het is het antwoord van de mens op de goddelijke namen die Gods mededogen, liefde, vriendelijkheid, schoonheid, zachtheid en betrokkenheid tot uiting brengen. Daarentegen maakt soberheid duidelijk onderscheid tussen God en de wereld en leidt tot een weloverwogen onderscheid tussen goed en kwaad, mooi en lelijk. Het houdt direct verband met het absolute onderscheid tussen Schepper en schepselen en is verbonden met verwondering, ontzag, vernauwing en angst. Het is het antwoord van de mens op de goddelijke namen die Gods majesteit, heerlijkheid, luister, grootsheid, macht, toorn en wraak tot uiting brengen. Dronkenschap wordt vaak tot uiting gebracht in poëzie en soberheid in proza.

Stadia van dronkenschap
Waar twee oceanenIn de volgende passage uit de Maqâlât verwijst dronkenschap dan ook naar iets heel anders. Sjams beschrijft daarin de vier verschillende stadia en soorten van dronkenschap. Hier heeft dronkenschap de betekenis van misleiding, verwarring, de vervormingen van het pad naar God.

Er bestaan vier soorten en vier stadia van dronkenschap. De eerste is begeerte, en het is verschrikkelijk moeilijk daarvan los te komen. Alleen wie snel voortgang maakt op het spirituele pad kan eraan ontkomen. Daarna komt de dronkenschap van de wereld van de geest. Hij heeft nog niets van de geest gezien, maar zijn dronkenschap is enorm. Hij kijkt niet naar de sjeichs en zelfs niet naar de profeten. Als hij iets wil zeggen, schiet hem niets te binnen uit de Koran of van de hadîth. Hij schaamt zich voor de overleveringen, tenzij hij iets duidelijk wil maken. Het is bijzonder moeilijk en lastig om boven dit tweede stadium uit te stijgen tenzij hem een uitverkoren dienaar van de werkelijkheid wordt gezonden, iemand die uniek is voor God, opdat hij de werkelijkheid van de geest ziet en bij de weg van God aankomt. De dronkenschap van Gods weg is het derde stadium. Die dronkenschap is enorm, maar is verbonden met stilte, want God voerde hem verder dan wat hij altijd had gedacht.
Tenslotte het vierde stadium – dronkenschap in God. Dat is volmaaktheid! Daarna is er soberheid.

Sjams wijst hier op de mogelijkheid van een soberheid die de extase van de dronkenschap insluit én overstijgt. Dit wordt ook tot uiting gebracht in het ritueel van het biddend wervelen, de sema, die rijk is aan symbolen die duiden op een evenwicht tussen extase en het inhouden van extase. Alleen al de aanwezigheid van de semazen-leider helpt de semazens (de wervelende derwisjen) bij de les te blijven en zich niet teveel te laten overweldigen door vervoering. De door Roemi geinspireerde schrijver Helminski beschrijft dit subtiele evenwicht heel mooi in zijn boek Het wetende hart: ‘In de ceremonie worden ‘stops’ ingelast, waarbij de deelnemers tot stilstand komen en met de handen op de schouders de Arabische letter alif vormen, die ook het cijfer één voorstelt. In plaats van extase na te streven worden ze van de drempel van de extase teruggeroepen om getuigenis af te leggen van de éénheid van God.’ De derwisj die ‘de soberheid die dronkenschap omvat’ heeft bereikt, ziet eenheid in verscheidenheid en verscheidenheid in eenheid. De dronkenschap in de gedichten van Roemi heeft dus direct maken met het besef dat alles in het universum in beweging wordt gezet door liefde.

Literatuur:

Waar twee oceanen samenkomen
De inspiratie van Sjams en Roemi
Sipko A. den Boer
Uitg. Synthese, Den Haag, 2007

Liefde is de weg
Kwatrijnen van Roemi
Sipko A. Den Boer
Uitg. Synthese, Den Haag, 2018 (3de druk)

Juwelen
Een dagboek met 365 fragmenten van wijsheid
Sipko A. den Boer/E. Helminski/R.A. Nicholson
Uitg. Synthese, Den Haag, 2018 (3de druk)

Het wetende hart
De weg van de soefi: verdieping en transformatie
Kabir Helminski
Uitg. Servire, Utrecht, 2003

Be first to comment