Een hand voor het worstelen

We leren pas echt wanneer we vertrouwen hebben en accepteren dat we niet alle antwoorden hebben en dat in onze worsteling een leidende hand aanwezig is. De basisvaardigheden die we nodig hebben om ons te beschermen, zoals het bouwen van een huis, het aanleggen van een vuur, samenwerking en broodwinning, doen een beroep op de creativiteit die we in ons hebben. Dit is een grenzeloze, creatieve kracht van een liefhebbend universum die in elke lege beker wordt uitgestort. De stappen in de evolutie die altijd plaatsvinden zijn een stapsgewijs proces van verfijning en toepassing dat zich met vallen en opstaan voltrekt.

Waarheen de liefde mij trekt

Om de volgende stap te kunnen zetten moeten we onze oude manier van doen die rond een uitgeleefd beeld van onszelf is opgebouwd loslaten. Dit is de strijd waarvoor het leven ons stelt en we zullen waarschijnlijk tot het einde toe fouten blijven maken. Desondanks moeten we beslissingen nemen. Soms moeten we een stapje terug doen om de dingen in het juiste perspectief te zien. Het feit dat we hier maar even zijn en ons slechts een bepaalde tijd is gegeven maakt dat we meer bij de dingen stilstaan. We moeten ons bewust zijn van het doel van ons leven en onze tijd goed gebruiken. Als we ons leven in dienst stellen van de allerhoogste en daar energie uit putten, verruimt het bewustzijn zich en overstijgt de grenzen van het ego. Vandaar dat spirituele verbondenheid zo belangrijk is. De onbenoembare wil dat we elkaar bijstaan door elkaar eraan te herinneren dat we een waarachtig leven moeten leiden, dat we richting aan ons leven moeten geven, maar ook geduld moeten oefenen bij tegenslag.

Een derwisj verliest niets

 door de zure gezichten van mensen.

Een eend verliest niets,

ook al verdwijnt de hele wereld in zee.

– Sjams of Tabriz, Maqalat I, 90:5

 

Waar twee oceanenStap niet de Zee in, spreek er niet over.

Wees stil als je aan de rand van de Zee staat

en bijt op je lippen van verwondering.

Al hebben honderd mensen zoals ik

niet de kracht om de Oceaan te weerstaan,

toch kan ik me niet aan zijn verslindende wateren onttrekken.

Mogen mijn ziel en mijn geest

een offerande zijn aan de Zee.

Deze Zee heeft de bloedprijs van mijn geest en ziel betaald.

Ik loop door zolang mijn voeten kunnen bewegen.

Als ik geen voeten meer heb, ga ik kopje onder als een eend.’

Roemi, Masnavī II, 1356-59

 

Wat anderen angst aanjaagt, is jouw behoud.

De rivier maakt eenden sterk, maar pluimvee zwak.

Roemi, Masnavī II, 1380

 

Mijn geest gaat er prat op dat hij een watervogel is.

Hoe kan hij zich beklagen over de zondvloed van beproeving?

Wat maalt de eend om schipbreuk?

Zijn voeten in het water zijn hem schip genoeg.

Roemi, Masnavī VI, 4063-64

Uit: Waar twee oceanen samenkomen
uitg. Synthese, Rotterdam, 2007

 

 

Be first to comment