Misschien heb je je weleens afgevraagd hoe het kan dat je iets ziet, en toch niet werkelijk ziet.
Je hoort iemand iets zeggen, maar pas later dringt tot je door wat er eigenlijk werd bedoeld. Je kijkt naar een gezicht en merkt pas achteraf hoeveel verdriet erin lag. Je denkt dat je een situatie goed hebt ingeschat, maar later blijkt dat je vooral je eigen angst of verwachting hebt gezien.
Blijkbaar nemen wij de wereld niet alleen waar met onze ogen en oren. Er kijkt iets in ons mee.
Of misschien moeten we het nog iets anders zeggen: wij kijken door een lens. Niet door een glazen lens, maar door de persoon die zich in ons heeft gevormd. Door onze geschiedenis, onze gevoeligheden, onze teleurstellingen, onze verlangens, onze overlevingsstrategieën. Wat wij waarnemen is nooit helemaal los van wie wij geworden zijn.
Dat herkennen we ook in moderne inzichten over waarneming en psychologie. Ons brein registreert de werkelijkheid niet als een camera. Het vult aan, ordent, vergelijkt, voorspelt en interpreteert. We zien niet alleen wat er is; we zien ook wat we verwachten, vrezen of hopen te zien.
Soms helpt dat. Zonder zulke innerlijke ordening zouden we overspoeld raken door indrukken. Maar soms raakt die lens vertroebeld. Dan zien we niet de ander, maar onze oude angst. Niet de situatie, maar ons eigen wantrouwen. Niet wat er gezegd wordt, maar wat wij al dachten dat er bedoeld werd.
Het eerste deel van mijn bewerking van verhalen uit de Masnawī verschijnt hopelijk dit najaar. Terwijl dat boek zijn weg naar buiten zoekt, werk ik alweer aan een tweede manuscript. De laatste dagen zat ik midden in het lange verhaal van Mozes en Farao.
Juist daar kwam ik opnieuw uit bij een vraag die mij al langer bezighoudt: hoe komt het dat wij soms kijken, denken te begrijpen, en toch niet werkelijk zien?
In dat verhaal maakt Roemi een scherp onderscheid tussen werkelijk inzicht en waan. Farao is bij hem geen domme man. Hij denkt, rekent, raadpleegt, weegt af. Maar zijn denken staat in dienst van macht en zelfhandhaving. Hij kan de woorden van Mozes niet werkelijk horen, omdat hij ze meteen vertaalt naar bedreiging, verlies en vernedering.
Dat is waan: een verstand dat gevangen zit in zelfhandhaving.
Ik moest daarbij denken aan een paar regels van Roemi die mij al langer intrigeren:
Als het hart het wil, brengt de hand
de vingers bijeen om een boek te schrijven.
Het hart is vast en zeker
het zegel van Salomo
en beteugelt de zinnen.Het kan de vijf uiterlijke zintuigen
gemakkelijk aan
en heeft de vijf innerlijke zintuigen
ook onder zijn beheer.Er zijn tien zintuigen en zeven ledematen.
Ga voor jezelf na
wat hier niet genoemd wordt.Masnawī I: 3570, 3575–3577
Vooral die laatste zin bleef bij mij haken:
Ga voor jezelf na wat hier niet genoemd wordt.
Wat bedoelt Roemi daarmee?
We kennen de vijf uiterlijke zintuigen: tastzin, gehoor, zicht, smaak en reuk. Maar Roemi spreekt ook over vijf innerlijke zintuigen. Daarmee bedoelt hij de vermogens waarmee wij van binnen waarnemen: we herinneren, verbeelden, schatten iets in, combineren indrukken en geven betekenis aan wat ons overkomt.
Dat klinkt misschien wat geleerd, maar in het dagelijks leven herkennen we het meteen.
Je kunt een kamer binnenkomen en voelen dat er spanning hangt, nog voordat iemand iets heeft gezegd. Je kunt een opmerking horen en denken: hier zit iets achter. Je kunt je een gezicht herinneren, een droombeeld vasthouden, of uit losse signalen een vermoeden opbouwen.
Soms helpt dat ons. Soms misleidt het ons.
Roemi weet hoe dubbelzinnig die innerlijke vermogens zijn. Ze kunnen ons dichter bij de werkelijkheid brengen, maar ze kunnen ons er ook van verwijderen. We kunnen denken dat we helder zien, terwijl we vooral onze eigen angst, begeerte, wantrouwen of trots volgen.
Dat inzicht is niet modern, al herkennen we het vandaag misschien in psychologische taal. Ook Sjams-e Tabrizi wijst precies op dit probleem. In een tekst die ik eerder gebruikte voor een pelgrimswandeling zegt hij dat er soms een sluier neerdaalt. Het wordt donker, er ontstaat vervreemding, en juist dan neemt het ego de macht over. Het begint te interpreteren.
Dat is een opmerkelijke observatie. Het ego wil niet wachten. Het wil meteen weten wat er aan de hand is. Het wil verklaren, invullen, controleren. Maar wat wij dan ‘begrijpen’ noemen, is vaak een bescherming tegen kwetsbaarheid.
Sjams geeft daarom een onverwachte raad: zolang het ego blijft interpreteren, wees eenvoudig. Doe alsof je een dwaas bent. Dat is geen pleidooi voor domheid, maar voor ontvankelijkheid. Niet alles hoeft onmiddellijk in ons oude verhaal te passen.
Daartegenover staat het hart.
Voor Roemi is het hart niet alleen de plaats van gevoel. Het is een orgaan van spirituele waarneming. Het hart brengt de uiterlijke en innerlijke zintuigen bijeen. Het maakt van losse indrukken een levende samenhang.
Daarom vergelijkt Roemi het hart met het zegel van Salomo. Salomo is in de traditie de koning die de talen van mensen, dieren en geesten verstaat. Hij brengt een veelheid van krachten onder zijn gezag. Zo werkt ook het hart. Het onderdrukt de zintuigen niet, maar ordent ze. Het brengt ze in harmonie.
Wanneer het hart niet wakker is, nemen de innerlijke zintuigen zelf de leiding. Dan wordt herinnering een gevangenis, verbeelding zelfbedrog, inschatting wantrouwen en verstand berekening.
Maar wanneer het hart gezuiverd wordt, gaan diezelfde vermogens anders werken. Dan wordt herinnering een bron van inzicht. Verbeelding wordt beeldkracht. Inschatting wordt fijngevoeligheid. Verstand wordt licht.
Misschien kun je zeggen: het hart maakt de lens schoon.
Niet door onze geschiedenis uit te wissen. Niet door onze gevoeligheid te ontkennen. Maar door ons los te maken uit de automatische reacties van het ego. We hoeven dan niet meer alles onmiddellijk te vertalen naar gevaar, winst, verlies, schuld of bevestiging.
Dan leren we de dingen iets meer zien zoals ze zijn, zonder dat we er meteen onze angst, begeerte of oordeel overheen leggen.
Misschien is dat wat Roemi bedoelt met zien met het oog van het hart. Het hart ziet niet in plaats van de zintuigen. Het wekt hun ware vermogen.
Wie zo leert kijken, ziet de wereld niet minder concreet, maar juist concreter. Een gezicht wordt niet alleen een gezicht. Een woord is niet alleen een woord. Een gebeurtenis is niet alleen iets wat gebeurt.
De dingen blijven wat zij zijn, maar ze beginnen te spreken.
