Ik zit in de tuin te lezen in een boek dat wij kregen van Wadud, die begin dit jaar is overleden.
Het is een heruitgave van Sufism, a Quarterly Magazine, jaargang 1921–1924. Een bijzonder boek, omdat het iets laat zien van een beweging in wording. Je ziet hoe Hazrat Inayat Khan zich in die jaren tot zijn gehoor verhield: nog niet als vertegenwoordiger van een gestolde traditie, maar als een levende stem, zoekend en tegelijk helder, sprekend tot mensen in een ontwrichte tijd.
De Eerste Wereldoorlog lag nog maar net achter Europa. Oude zekerheden waren gebroken. Er was verdriet, verwarring en verlangen naar vernieuwing. In die wereld sprak Inayat Khan over drie eenvoudige woorden:
Liefde. Harmonie. Schoonheid.
Niet als vlucht uit de werkelijkheid, maar als oefening in menselijkheid.
Ook vandaag kan het voelen alsof beschaving begint af te brokkelen. Oorlogen, polarisatie, verharding van het publieke debat, verlies van vertrouwen. Maar chaos is niet de natuurlijke bestemming van de wereld. Chaos ontstaat wanneer harmonie verloren gaat.
En harmonie keert niet vanzelf terug.
Zij vraagt oefening. Innerlijke vorming. Een andere manier van aanwezig zijn.
Misschien brengt dat ons bij een woord uit de soefitraditie dat in onze tijd bijna vergeten lijkt:
Adab.
Adab betekent niet alleen hoffelijkheid of goede manieren. Het is een verfijnde manier van mens-zijn. Respect. Bescheidenheid. Innerlijke discipline. Weten hoe je aanwezig bent tegenover een ander mens. Hoe je spreekt. Hoe je luistert. Hoe je met macht omgaat. Hoe je ontvangt wat het leven je geeft.
Inayat Khan verbond adab met de vorming van persoonlijkheid. Werkelijke hoffelijkheid is voor hem geen buiging zonder inhoud, geen sociale techniek, maar een houding die voortkomt uit innerlijke waardigheid. Daarbij herinnerde hij zich een oud gezegde:
Ba adab ba nasib; be adab be nasib.
Met adab komt zegen; zonder adab gaat de zegen verloren.
Of eenvoudiger:
wie respect brengt, ontvangt respect.
Roemi zegt iets verwants in de Masnawi:
Har ke ārad ḥurmat, u ḥurmat barad;
har ke ārad qand, lawzīna khorad.هر که آرد حرمت او حرمت برد
هر که آرد قند لوزینه خوردWie eerbied brengt, ontvangt eerbied;
wie suiker brengt, eet amandelcake.
Het is een eenvoudig beeld, bijna huiselijk. Iemand brengt suiker mee en krijgt amandelcake. Maar bij Roemi zijn zulke beelden nooit zomaar aardig. Ze openen een diepere laag.
De houding waarmee wij verschijnen, wekt een antwoord op. Wie hardheid meebrengt, ontmoet vaak hardheid. Wie suiker meebrengt — zachtheid, eerbied, verfijning — opent een andere mogelijkheid.
Dat is geen naïviteit. Roemi leefde in een tijd van oorlog, instabiliteit en vluchtelingenstromen. Hij wist hoe gewelddadig de wereld kon zijn. Toch antwoordde hij niet met cynisme. Hij antwoordde met liefde én verantwoordelijkheid.
Voor Roemi vraagt liefde verfijning van karakter.
Adab.
Ook Inayat Khan sprak tot mensen die een verscheurde wereld probeerden te begrijpen. Zijn “Ene Wet” spreekt over een ontwaakt gevoel van rechtvaardigheid. Zijn ideaal van universele broederschap en zusterschap was geen vaag mystiek ideaal, maar een praktische opdracht: niet alleen innerlijk ontwaken, maar ook bijdragen aan een menselijkere wereld.
Misschien is dat de opdracht van onze tijd.
Niet alleen werken aan structuren.
Niet alleen werken aan onszelf.
Maar beide.
Innerlijk werk zonder zorg voor de wereld wordt vrijblijvend. Maatschappelijke betrokkenheid zonder innerlijke vorming raakt gemakkelijk verbitterd.
Daarom raakt dat oude woord mij opnieuw terwijl ik in de tuin zit te lezen in het boek dat wij van Wadud kregen.
Adab.
Een klein woord, maar het opent een groot veld.
Het begint dichtbij: in hoe wij spreken en luisteren, hoe wij reageren wanneer wij boos zijn, hoe wij omgaan met wie afhankelijk is, hoe wij spreken over mensen die niet in de kamer zijn, hoe wij macht gebruiken wanneer wij die hebben.
Misschien begint beschaving daar.
Niet in grote systemen alleen,
maar in de manier waarop wij elkaar iedere dag tegemoet treden.
Met wat wij meebrengen.
Want wie respect brengt, ontvangt respect.
En wie suiker brengt, proeft misschien iets van de zoetheid terug.
