Over afkomst, overgave en waarom ik me niet kan “bekeren” zonder mezelf kwijt te raken
Samenvatting:
Dit is het verhaal van hoe een eenvoudige vraag — “Ben jij bekeerd tot de islam?” — mij hielp om eindelijk te zeggen wat mijn weg is: een praktische soefiweg die geen nieuwe identiteit vraagt, maar eerlijkheid tegenover mijn eigen achtergrond. Roemi laat zien dat elke vorm uiteindelijk verwijst naar iets vormloos. Tussen twee kruisen en een amulet vond ik duidelijkheid.
Op een middag, tijdens een bijeenkomst van het Rumi Kunst Instituut in Vlaardingen, speelde Cengiz op de ney en ik op de lavta. Gedichten van Roemi vielen ertussen, scherp en precies. De muziek en de voordracht hielden de aandacht vast en maakten de ruimte geconcentreerd en helder. Alles kwam samen zonder dat het zwaar of zweverig werd.
Te midden van deze sfeer stapte een vrouw op mij af.
Turks, moslim, warm in haar blik. Een beetje voorzichtig ook.
“Ben jij bekeerd tot de islam?” vroeg ze.
Er zat geen oordeel in haar stem — alleen nieuwsgierigheid.
Ik vertelde haar dat ik dat in het verleden had geprobeerd. De islam trok me aan, de schoonheid ervan, de innerlijke diepte. Maar ik ontdekte dat bekering voor mij niet werkte. Niet omdat ik me verzette tegen de islam, maar omdat je niet zomaar van je eigen achtergrond kunt wegstappen.
Je kunt jezelf niet trouw blijven als je je eigen geschiedenis ontkent.
Je kunt je verdiepen in andere tradities, maar je kunt geen nieuw leven beginnen op een bodem die niet de jouwe is.
Soms draag ik mijn achtergrond letterlijk om mijn hals:
– het kleine Hugenotenkruisje van mijn moeder
– een oud amulet van mijn vader, met Hebreeuwse tekst en een Davidsster
Mijn ouders waren protestants, geworteld en sober. Dat is mijn basis. Waarom zou ik die moeten verloochenen om „iets anders” te worden?

Roemi en de vlucht in vorm
We zoeken soms een nieuwe religieuze vorm omdat we ergens anders willen thuiskomen — of ergens van weg willen.
Maar Roemi laat zien dat dit de kern van de weg mist:
“Zoek God in verootmoediging en zelfuitdoving,
want het denken brengt niets dan vormen voort.
En als je nergens troost vindt dan in vorm,
is de vorm die onwillekeurig bij je opkomt de beste.
Stel, het betreft een stad waarheen je je begeeft,
je wordt er door een vormloos gevoel van verwachting naartoe getrokken.
Je begeeft je dus eigenlijk naar iets wat geen plaats heeft.
Stel, het betreft een vriend naar wie je toe gaat,
je gaat niet om zijn uiterlijk,
maar om zijn gezelschap.
Je begeeft je zonder dat je het weet naar de vormloze wereld.
God wordt dus door iedereen aanbeden,
want bij reizen gaat het om plezier, en daarvan is Hij de bron.”
Wie zich bekeert om een pijn te ontvluchten, kiest een schuilplaats.
Een spirituele weg vraagt geen nieuw etiket — alleen eerlijkheid.
De praktische soefiweg
Mijn weg is geen overstap, geen nieuw lidmaatschap, geen verhuizing naar een andere religie.
Het gaat om aanwezig zijn in wat er gebeurt, zonder jezelf te verloochenen.
Zo voel ik het:
• Je kunt leren zonder jezelf te splitsen.
• Je kunt verdiepen zonder van groep te wisselen.
• Je kunt zoeken zonder je geschiedenis op te geven.
Het moment dat alles samenvatte
De vrouw bleef even staan, terwijl de echo van de muziek en de woorden nog door de zaal ging.
“Sorry,” fluisterde ze. “Ik was gewoon nieuwsgierig.”
En ik zei:
“Dank je. Door jouw vraag kon ik dit eindelijk eens helder zeggen.”
In dat moment bestonden geen religies.
Alleen twee mensen die elkaar even ontmoetten in eerlijkheid.
De muziek, de klanken van de lavta en de voordracht van de gedichten maakten het helder en direct; tussen tonen en woorden ontstond een moment dat geen naam nodig had.
Het licht dat geen namen kent
Als ik iets geleerd heb van deze weg, dan dit:
Het licht waar Roemi over spreekt, kent geen labels.
Geen moskee, geen kerk, geen synagoge.
Het kent alleen mensen die bereid zijn echt te leven.
En zo ga ik mijn weg —
met twee symbolen op mijn borst,
met één hart dat probeert te luisteren,
en met de eenvoudige vreugde dat iemand soms vraagt:
“Waar hoor jij bij?”
Het mooiste antwoord is soms gewoon:
“Bij dit moment, waar jij en ik elkaar even begrijpen.”
