Vijftien jaar na mijn eerste blog over barmhartigheid kijk ik terug op wat toen begon als een innerlijke zoektocht naar mildheid. De wereld is intussen veranderd, en ikzelf ook. Tijdens het schrijven aan mijn familieverhaal en het lezen van Knielen op een bed violen en Bonhoeffer’s De navolging begon ik te zien hoe de vraag naar barmhartigheid niet alleen een innerlijke, maar ook een maatschappelijke dimensie heeft. Wat betekent het om trouw te blijven aan de stem van het hart in een tijd waarin religie, macht en angst zo gemakkelijk verstrengeld raken? Deze tekst is een vervolg op mijn bijdrage uit 2010 – geschreven vanuit dezelfde bron, maar met de blik van nu.
Inleiding
In april 2010 schreef ik over barmhartigheid in de geest van Roemi — als een levende werkelijkheid die zich toont in de kwetsbaarheid van het bestaan. Die tekst ontstond in de luwte van een online retraite, in een tijd waarin ik vooral leerde luisteren naar de zachtheid die onder mijn verwarring lag. Toen ging het mij om de innerlijke weg: om het leren vertrouwen op een bron van mildheid die mij telkens weer oprichtte, ook als ik zelf geen richting meer zag.
Vele jaren daarna werkte ik aan het familieverhaal van mijn moeder én mijn vader. Tijdens dat schrijven verwezen enkele familieleden naar Knielen op een bed violen als een soort illustratie van wat in onze familie werd herkend als een gezamenlijke ervaring van religieuze indoctrinatie — de pijn van geloof dat te zwaar werd, te dwingend, te weinig ruimte liet voor de menselijke maat. Ik nam het boek mee op vakantie, en las het in één ruk uit. Het raakte iets aan wat lang had gesluimerd: de botsing tussen geloof en vrijheid, tussen overgave en de angst om verloren te raken.
Van daaruit groeide mijn belangstelling voor Dietrich Bonhoeffer, de Duitse theoloog die zijn boek De navolging schreef in de donkere jaren van het nazisme. Zijn woorden raakten aan dezelfde gevoeligheid die ik in mijn familieverhaal was tegengekomen: het besef dat geloof, wanneer het zich loszingt van innerlijke waarachtigheid, de ziel kan verwonden in plaats van genezen. Bonhoeffer schreef in een tijd waarin het geïnstitutionaliseerde geloof vaak niet meer getuigde van de levende geest, maar was uitgehold tot een instrument van macht en angst. Hij werd een bedreiging voor autoritaire machtswellustelingen die religieuze sentimenten gebruikten om hun ideologie te verspreiden en de ziel van mensen te vergiftigen.
Dat misbruik van religie is niet gebonden aan één geloofstraditie. Het kan zich voordoen in het christendom, het jodendom of de islam — overal waar de levende relatie met het goddelijke wordt vervangen door gehoorzaamheid aan een systeem. Daarom raakte het mij zo diep dat Bonhoeffer navolging niet zag als het naleven van regels, maar als een leven dat geworteld is in de waarheid van het hart.
In die zin vond ik ook een echo bij Sjams van Tabriz, de leraar van Roemi, die over taʿat — gehoorzaamheid — sprak als een innerlijke dienstbaarheid, niet als uiterlijke onderwerping:
Vrij zijn van het zelf Wat de boodschapper met zijn gehoorzaamheid en beoefening beoogde was het oplossen in het Zelf. Die beoefening is de beoefening van het hart; die dienstbaarheid is de dienstbaarheid van het hart; dat dienaarschap is het dienaarschap van het hart; zo ga je op in je Geliefde. Omdat hij wist dat niet iedereen de weg van de werkelijke beoefening kan bewandelen en dat dat oplossen van het zelf niet voor iedereen is weggelegd, heeft hij de vijf gebeden, de dertig vastendagen en de rituelen van de bedevaart aanbevolen opdat ze niets tekort zouden komen, zich van anderen konden onderscheiden en bevrijd konden worden en zo misschien een vleugje van dat oplossen zouden opvangen. Hoe kun je honger lijden anders rijmen met een dienaar zijn van God? Hoe kun je de uiterlijke voorschriften van het geloof anders rijmen met aanbidding? (Maqalat II, 14:22–24, 15:1–4)
Zoals Sjams spreekt over gehoorzaamheid van het hart, zo roept Bonhoeffer op tot navolging die niet gedreven wordt door angst of gewoonte, maar door liefde en waarheid. Beiden wijzen op een vrijheid die niet ontstaat door verzet tegen het goddelijke, maar door overgave aan het levende hart van het geloof.
En misschien is dat wel de volgende stap op de weg van barmhartigheid: niet alleen geraakt worden door zachtheid, maar ook leren handelen vanuit diezelfde bron — in een wereld waar macht, angst en ideologie mensen van hun ziel dreigen te vervreemden.
(Slotnoot) De vragen die in mijn familieverhaal naar boven kwamen — over geloof, vrijheid en de erfenis van gehoorzaamheid — blijven mij bezighouden. In die zin loopt dit vervolg niet alleen parallel aan mijn eerdere blog, maar ook aan het boek dat ik nu schrijf: over hoe de ziel, dwars door generaties en overtuigingen heen, haar eigen weg blijft zoeken naar waarheid en barmhartigheid.
4 thoughts on “De volgende stap op de weg van barmhartigheid”
Liefde is de kern van alle dingen.
Zoniet is het woord religie, wat tenslotte verbinding betekent, ontdaan van elke zin.
Ja, zo ervaar ik het ook.
Zonder liefde verliest zelfs het mooiste woord zijn betekenis.
Misschien is elke vorm van ware religie niets anders dan de herinnering aan het levende hart dat ons met alles verbindt.
Wat een verademing om deze woorden te lezen, te beginnen bij de leermeester van Roemi, via Bonhoeffer naar nu de schrijver van dit blog. Het levende hart, daar ligt de waarheid die gehoorzaamd wil worden. Dank je.
Dank je wel Ineke voor je reactie.
Wat je schrijft raakt me, want ook voor mij is het een voortdurend leren om te luisteren naar dat levende hart — niet als iets verhevens, maar als iets wat zich juist in het alledaagse laat horen.
De woorden van Sjams en Bonhoeffer herinneren me eraan dat ware gehoorzaamheid begint waar het hart zacht wordt.
Liefde is de kern van alle dingen.
Zoniet is het woord religie, wat tenslotte verbinding betekent, ontdaan van elke zin.
Ja, zo ervaar ik het ook.
Zonder liefde verliest zelfs het mooiste woord zijn betekenis.
Misschien is elke vorm van ware religie niets anders dan de herinnering aan het levende hart dat ons met alles verbindt.
Wat een verademing om deze woorden te lezen, te beginnen bij de leermeester van Roemi, via Bonhoeffer naar nu de schrijver van dit blog. Het levende hart, daar ligt de waarheid die gehoorzaamd wil worden. Dank je.
Dank je wel Ineke voor je reactie.
Wat je schrijft raakt me, want ook voor mij is het een voortdurend leren om te luisteren naar dat levende hart — niet als iets verhevens, maar als iets wat zich juist in het alledaagse laat horen.
De woorden van Sjams en Bonhoeffer herinneren me eraan dat ware gehoorzaamheid begint waar het hart zacht wordt.