Binnen het soefisme neemt reizen een bijzondere plaats in. Het is niet alleen een fysieke tocht van stad naar stad, van caravanserai naar herberg, maar ook een metafoor voor onze reis door het leven. Traditioneel werd reizen gezien als een manier om kennis te vergaren: van leraar naar leraar trekken, nieuwe inzichten opdoen en wijsheid ontdekken in onverwachte ontmoetingen. Onderweg ervaren we ontberingen en vervreemding, maar ook vriendschap en onverwachte gastvrijheid. Juist die ervaringen leren ons wat vertrouwen betekent: het loslaten van zekerheid en het aanvaarden van wat zich aandient, of dat nu mildheid of beproeving is.
Wanneer ik terugkijk op mijn eigen weg, zie ik hoe opvoeding en training steeds van invloed zijn geweest op mijn spirituele transformatie. In het begin had ik een afkeer van discipline en regelmaat, maar later ontdekte ik dat juist hierdoor veel zaken in mijn leven op orde kwamen. Er ontstond meer ontvankelijkheid, en meer ruimte voor spiritualiteit. Ook de reis met anderen ben ik gaan waarderen, omdat ik mijzelf beter heb leren kennen door de spiegel die zij mij voorhielden. Ik leerde delen, omgaan met concrete situaties en vertrouwen opbouwen in de ander.
De band met de leraar zie ik als een mogelijkheid om te smelten en verandering toe te laten door liefde. Deze bijzondere band biedt bescherming, omdat het uiteindelijk gaat om onze relatie met het Ongeziene. Naarmate vertrouwen groeit en inzichten zich verdiepen, kan men leren alles in liefde te aanvaarden. Wanneer iemand de weg werkelijk heeft geleerd en de lessen heeft geïntegreerd in zijn leven, is de aanwezigheid van een gids niet langer nodig; de kennis en inzichten zijn dan onderdeel van wie hij of zij is geworden. Het verschil van mening dat soms ontstaat, wordt dan slechts een perspectief, een andere vertakking van het rizoom, en hoeft niet te leiden tot verwijdering.
Zo klinken mijn ervaringen samen met de woorden van Sjams, die onderweg leerde omgaan met honger en dorst, gastvrijheid ontvangen, beproevingen doorstaan en banden smeden met anderen.


“Voor drie dagen probeerde ik werk te vinden, maar niemand wilde mij aannemen omdat ik te zwak was. Een heer zag mij staan en nam mij mee naar zijn huis. Hij gaf mij te eten en zei: ‘Elke dag dat je in deze stad bent, kom je hier eten.’ Toen hij mij dit gaf, legde ik uit waarom ik mensen vanaf het begin streng behandel en daarna zacht: wie de waarde van beproevingen leert kennen, begrijpt het pad van kennis en wijsheid. Zo kan men innerlijke lessen leren uit uiterlijke omstandigheden.”
“Iemand vroeg mij: ‘Waarom kom je niet naar het soefihuis?’ Ik antwoordde: ‘Ik hoor daar niet bij. Het soefihuis is voor wie zijn dagen wil sparen, zonder zorgen om koken en werken. Ik ben een vreemdeling; de caravanserai past mij beter.’ Daar kon ik overleven, observeren en reflecteren, terwijl de conventionele orde me vervreemdde van wat als ‘normaal’ werd beschouwd. Alleen in het loskomen van bekende kaders kan men het Ongeziene werkelijk ervaren.”
“Ik zag hoe anderen offers brachten en rituelen uitvoerden terwijl ik zelf vaak te weinig te eten had. Ik leidde hen in gebed en zag de hypocrisie van uiterlijke rituelen. Het Ongeziene wordt niet ontdekt door schijnbare vroomheid, maar alleen in eerlijkheid, geduld en doorleefde ervaring. Zo leerde ik het onderscheid tussen uiterlijke kennis en innerlijke ervaring.”
“De kinderen van Adam moeten eenmaal in hun leven een misstap begaan – en de rest van hun leven moeten zij berouw tonen, zoals hun vader dat deed. Wie zich inzet voor wederzijds begrip, kan groeien in liefde en wijsheid, zelfs te midden van ontberingen en vervreemding.”
Deze reizen en ontmoetingen kunnen ook worden gezien door de lens van het rizomatisch denken. Een rizoom (wortelstok) is een netwerk dat zich horizontaal en organisch uitstrekt, zonder begin of einde, zonder centrale hiërarchie. Elk knooppunt is verbonden met andere knooppunten; kennis en ervaring groeien als vertakkingen, steeds in interactie met elkaar. Net als een rizoom is de weg van spirituele ervaring niet lineair. Elke ontmoeting, elk obstakel, iedere misstap vormt een knooppunt in een complex netwerk van inzichten. De ontberingen, gastvrijheid en relaties die we onderweg tegenkomen, vertakken zich in nieuwe mogelijkheden en perspectieven. Het pad is nooit recht, maar organisch, veelstemmig en voortdurend in beweging. Zo weerspiegelt de uiterlijke reis de innerlijke: complex, verbonden, en steeds geleid door het Ongeziene.
Een treffend beeld hiervan is de woonwagen die mijn overgrootvader Jannes in 1937 bouwde voor Pije, een muzikant uit Friesland. Hoewel vaak gedacht wordt dat hij rondtrok mét zijn woonwagen, blijkt uit familieherinneringen dat de wagen een vaste standplaats had. Hij deed waarschijnlijk wel optredens in de hele regio, maar dan zonder de woonwagen mee te nemen. De wagen zelf – ooit met wielen gebouwd, later ontdaan daarvan – werd zo meer een vaste, sobere woonplek dan een reizend onderkomen.
Toch blijft de woonwagen als beeld betekenisvol: net als het rizoom en de reizen van Sjams verwijst zij naar de beweging tussen mensen, naar de ontmoetingen die ontstaan wanneer iemand zich tussen dorpen en gemeenschappen beweegt. Niet als letterlijk rijdend huis, maar als symbool voor een leven dat zich niet laat vastpinnen – een plek aan de rand, waar vrijheid, verbondenheid en innerlijke reis elkaar raken.

Dag.
Mijn grootmoeder van moederskant was een nicht van Peize. Zij heeft mij vele verhalen
verteld over hem. Maar hij heeft nooit met een woonwagen gereisd. Hij woonde wel in een oude woonwagen ,zonder wielen.
Met groet Joost.
Dag Joost,
Dank voor je bericht en je aanvulling over de woonwagen. Het lijkt mij dat die wagen oorspronkelijk gewoon wielen had toen hij uit de werkplaats kwam, maar dat ze zijn verwijderd toen hij een vaste plek kreeg. Ik had ook gelezen dat hij in de regio rondging om muziek te maken — dan dus zonder de wagen.
Mag ik je nog iets vragen? Hoe ben je eigenlijk op de website Roemi Vandaag terechtgekomen?
Met groet,
Sipko