Een aantal jaar geleden stelde een leerling uit onze soefikring mij een intrigerende vraag: “Wat zijn de raakvlakken tussen transactioneel analytische psychotherapie en het Mevlevi soefisme?” Hij werkte op dat moment als interim manager in complexe en veeleisende omgevingen, zoals gemeenten en maatschappelijke instellingen, en was pas sinds kort toegetreden tot onze kring. Zijn vraag kwam voort uit oprechte belangstelling, maar werd mede ingegeven door zijn eigen professionele praktijk, waarin hij mensen door reorganisaties en veranderingsprocessen moest loodsen. Niet zelden gebeurt dit door mensen aan te stellen die niet sterk verbonden zijn met de bestaande bedrijfscultuur — juist omdat zij daardoor met een zekere afstandelijkheid kunnen opereren, taakgericht en zonder al te veel emotionele betrokkenheid.
Dat inzicht gaf me later stof tot nadenken. Zijn vraag voelde voor mij als een integratieve zoektocht: hoe verhouden deze twee ‘routes’ zich tot elkaar — het hoofd en het hart, structuur en overgave, analyse en beleving? Kunnen deze werkelijk samengaan?
Mijn eerste impuls was: deze twee modaliteiten zijn verschillend, gescheiden zelfs, maar in een mens kunnen ze elkaar wel degelijk versterken, verdiepen, uitdagen.
Transactionele Analyse (TA) biedt een stevig begrippenkader en een krachtige methodiek voor het begrijpen van patronen in denken, voelen en doen. Het model van Ouder-Volwassene-Kind geeft zicht op de manier waarop we in interactie bepaalde posities innemen. Ook ik heb daar in mijn opleiding en werk als professioneel mentor veel aan gehad — het gaf me taal, richting en houvast in situaties die anders misschien ongrijpbaar of verwarrend waren gebleven.
Het Mevlevi soefisme daarentegen werkt vanuit een geheel andere oriëntatie. Daar gaat het niet om inzicht verkrijgen via analyse, maar om transformatie door afstemming, overgave, oefening en liefdevolle aandacht. De beweging is minder lineair, soms ronduit paradoxaal. Waar de TA wil ontrafelen en verklaren, nodigt het soefipad uit tot toegeven aan het mysterie, het niet-weten, het afgestemd-zijn op een innerlijke bron die voorbij de persoonlijkheid reikt.
In de ontmoeting met deze leerling speelden onze verschillende benaderingen onbewust al een rol. Zijn kracht lag in het opereren op afstand van de organisatiecontext; hij bleef overzicht houden, raakte niet snel emotioneel betrokken en kon strak sturen op resultaat. In mijn eigen leven — zowel professioneel als persoonlijk — ben ik juist iemand die voortdurend afstemt op de ander, de omgeving, de onderstroom. Waar hij zakelijkheid cultiveerde, zocht ik naar resonantie. Waar hij stuurde, luisterde ik.
Aanvankelijk vond ik zijn vraag dus vooral interessant. We wisselden gedachten uit, zaten samen in de kring, en uiteindelijk trad hij toe als penningmeester van onze stichting. Maar in de praktijk bleek de samenwerking moeizaam. Er ontstonden misverstanden, we spraken elkaars taal niet echt. Wat voor hem vanzelfsprekend was — doelgericht handelen, beslissingen nemen zonder lange afstemming — ervoer ik soms als hard of onbegrijpend. En omgekeerd voelde mijn zorgvuldige afstemming voor hem vermoedelijk als omslachtig of te impliciet.
Later, tijdens een gezamenlijke muziekactiviteit binnen onze kring, ontdekte ik dat hij toondoof was. Geen waardeoordeel — mensen zijn nu eenmaal verschillend — maar het gaf me wel een ander perspectief op onze eerdere interacties. Waar ik voortdurend op zoek ben naar resonantie, subtiliteit in toon, harmonie — letterlijk én figuurlijk — bleek hij goed te functioneren in een veld waarin juist die gevoeligheid minder bepalend is. Het was alsof ik toen pas écht begreep waarom we elkaar soms zo moeilijk konden ‘horen’.
Terugkijkend zie ik hoe deze ontmoeting me opnieuw iets leerde over het spanningsveld tussen hoofd en hart, tussen analyse en afstemming. De kracht van transactionele psychotherapie zit in helderheid, taal en structuur. De kracht van het Mevlevi soefisme ligt in liefde, aanwezigheid en de bereidheid om te luisteren naar wat niet gezegd wordt. Soms kunnen deze twee werelden elkaar ontmoeten in een mens. Soms botsen ze in de ontmoeting tussen mensen. En soms is dat precies wat nodig is om verder te kunnen kijken dan je eigen perspectief.
